Feed on
Posts
Comments

Stadswandeling Schiedam

Parkeer uw auto net buiten het centrum van de stad op de Buitenhavenweg. Niet op de (dure) parkeerplaats maar ca. 200 meter verder waar altijd wel een gratis plaatsje is. Na het uitstappen kijkt u naar links en u ziet daar een molen. Dat is molen De Nolet, de molen die het ‘gezicht’ van distilleerderij Nolet is, bekend van Ketel 1 jenever voor Nederland en wodka voor o.a. Noord-Amerika en zelfs Rusland. De molen is niet oud, van maart 2006, en dus van binnen zeer modern.

Molen De Nolet, ruim 42 meter hoog

Hij levert bijvoorbeeld (een groot deel van de) electriciteit voor het bedrijf en is zelfs voorzien van een lift. De molen heeft ook een mooi ingerichte ontvangstzaal tevens filmzaal, die het  visitekaartje van het bedrijf is voor de bezoekers. Vooral voor Amerikanen die het prachtig vinden een bedrijf te bezoeken dat stamt uit de 17e eeuw. De molen is na afspraak, voor groepen te bezoeken.

Nadat we die van afstand gezien hebben gaan we de andere kant op, rechtsaf, de Buitenhavenweg af, richting het stadscentrum en passeren een tweede wereldbekende distilleerderij, bekend als Koninklijke De Kuijper & Zn. Even verder lopen we langs het hoofdkantoor van de meer dan 100 jaar oude glasfabriek O-I die vroeger De Vereenigde Glasfabrieken heette en waar miljoenen bierflesjes per dag(!) worden gemaakt.

Verder naar het centrum lopend, nog steeds op de Buitenhavenweg, steken we op de hoek over bij één van de oudste café's van de stad, Het Sterretje. Op de andere hoek zien we nu een voormalige school, nu VVV-gebouw, waar enige jaren geleden nog boven de deur het wapen van de in 1868 geannexeerd gemeente Oud- en Nieuw Mathenesse  te zien was waarvan de school op de grens met Schiedam stond. In de muur daartegenover is de contour van molen De Meijboom aangebracht, die daar van 1779 tot 1926 draaide.

Dan steken we over naar de andere kant van de drukke straat (een waterkering!), gaan linksaf, de Koemarktbrug over en gelijk weer rechts het trappetje af en komen dan langs een tweede bekende zaak, café De Unie, op de westzijde van de Lange Haven. Dan wandelen we langs het voormalige Volksbadhuis dat nu de sportschool is van de ex-bokser en dichter De Haan.

We passeren de Griffioenstraat, genoemd naar de bierbrouwerij van de rijke familie Van der Schalk die hier eens stond maar door brand werd verwoest. Hij werd niet herbouwd dus kwam er een verbinding naar de Lange Haven, de Griffioenstraat. We lopen verder de haven langs en passeren de voormalige Leger des Heils-samenkomstzaal op nummer …

Verderop treffen we een prachtige patriciërshuis, op nummer 65, gebouwd in 1803-1804 voor de fabrikant Cornelis Nolet, naar ontwerp van Giovanni Giudici, oorspronkelijk een Italiaans bouwmeester.

Het gebouw was jarenlang in ge­bruik als kantongerecht. Het pand heeft een lijstgevel met hoog bordes, getorste hoekpalen en smeedijzeren lantaarns. Inpandig (jammer dat we er niet in mogen/kunnen) een marmeren gang, gesneden trap­leun­ing, stucplafonds en marmeren schouwen, grote achterzaal, het geheel ge­decoreerd in Lodewijk XVI en Empire stijl. Hier zou eens Napoleon worden ontvangen, de sleutels van de stad lagen er al klaar, maar hij voer met zijn schip Schiedam voorbij… en Cornelis Nolet ging failliet.

Verder doorlopend gaan we langs de Branderssteeg en de Appelmarktbrug, langs mooie panden, voormalige patriciërshuizen, waarbij het voormalige Musis Sacrum, vele jarenlang dè zaal waar naast vele toneelstukken en film, grote bijeenkomsten plaatsvonden met sprekers als Multatuli, Seys-Inquart,  Simon Carmiggelt, Paul Huf, etc., het voormalige pand van de Gemeentelijke Openbare Bibliotheek Schiedam als geschenk van de Schiedamse maecenas M.C.M. de Groot aan de stad en tenslotte op de hoek met de Korte Haven het pand van de voormalige Drukkerij Roelants die naast beroemde boeken (o.a. voor het Koninklijk Huis) voor vrijwel geheel Europa de treinkaartjes, buskaartjes, bioscoopkaartjes en wat niet al voor kaartjes drukte. Kijken we van daar naar de overkant van de Lange Haven, dan zien we het voormalige woonhuis van de bekende dichter Piet Paaltjens, in zijn studententijd het pseudoniem van de later dominee François Haverschmidt. Hij diende de Nederlandse Protestanten Bond in Schiedam van 1864 tot 1894. Werd steeds zwaarmoediger en op 19 januari 1894 benam hij zich van het leven, hij kon het niet meer aan.

Dan lopen we over de mooie ophaalbrug over de Korte Haven en staan dan rechts voor het beeld van De Distillateur, de rijke Schiedammer die jenever maakte, en aan de andere kant van de weg De Brandersknecht.

De karakteristieke Korte Havenbrug

Aanvankelijk werden op dit plein graan, kolen, moutwijn, etc. verhandeld. Later bouwde men daar De Beurs, het grote gebouw waar we nu voor staan, naar ontwerp van dezelfde Giovanni Giudici in samenwerking met de Schiedammer Rutger van Bol’Es. Let eens op het fronton met de handelsgod Mercurius en zeegod Neptunes.

Overigens geeft de plek waar we nu staan een goed zicht op zowel de Lange als de Korte Haven. Deze omgeving is het oudste stukje Schiedam. Vroeger liep de Lange Haven met een bocht àchterom de plek waar nu de Beurs staat, via de Dam, naar wat nu de Oude Sluis heet. De Nieuwe Sluis, 230 jaar geleden gebouwd, is te zien vanaf de Beursbrug die we nu over gaan. Zoals bekend is Schiedam ontstaan door het maken van een dam in de Schie. Schepen, die de Schie afkwamen, moesten over de dam getrokken worden, wanneer zij verder wilden. Een en ander ging niet zonder enige betaling en was mede een bron van inkomsten voor de stad. De plaats waar de schepen over de dam getrokken werden, heette de overtoom en dat is nu de straat die Dam heet. Deze overtoom was gelegen tussen de Oude en de Nieuwe Sluis nabij de huidige westzijde van de Nieuwe Sluisstraat. Deze situatie heeft bestaan tot het einde van de 14e eeuw. In die tijd werd bij Rotterdam de Delfshavense Schie gegraven. De positie van Schie­dam werd hierdoor verzwakt. Ook de aanleg van een schutsluis werd noodzakelijk. Deze schutsluis is de Oude Sluis, die ten westen van de overtoom lag. Vóór deze tijd is de Oude Sluis een spui-sluis geweest, dus niet toegankelijk voor schepen. 

We gaan nu rechtsaf, de Dam op en de Beursbrug over en komen dan op de oorspronkelijke hoge zeedijk, de  Hoogstraat. Op de driesprong, vroeger de Drie Weegscee geheten gaan we linksaf waarna we rechts de Korte Kerkstraat passeren (met aan het einde de hoofddeuren van de toren en voormalige ingang van de Grote of St. Janskerk) en links de Brede Marktsteeg. We lopen echter door en komen dan op de Grote Markt. Het belangrijkste pand is hier, midden op de Markt, het voormalige Stadhuis van Schiedam.

Het Stadhuis aan de Grote Markt van Schiedam is in de 16e eeuw gebouwd in laat-gotische stijl met renaissance elementen. Na een brand in 1605 werd het verbouwd terwijl het bordes met dubbele trappen in 1717-1718 is aangebracht. De oorspronkelijke gevel werd in 1782 ommanteld door de bakstenen gevel, waarbij gelijktijdig de koepelvormige daktoren is aangebracht. Het wapen met de drie zandlopers boven de deur is in de 19e eeuw aangebracht en werd, naast het wapen met de leeuw van Henegouwen, gebruikt voor o.a. het waarmerken van haringnetten. De laatste vergadering van de gemeenteraad werd er in januari 1973 gehouden. Vanaf die tijd wordt het uitsluitend gebruikt voor huwelijksvoltrekkingen, vergaderingen en representatieve doeleinden.

Op de begane grond van het Stadhuis is een restaurant gevestigd (eventueel kunt u daar de lunch gebruiken).

Het 2e deel van de stadswandeling: op weg naar de Museummolen De Nieuwe Palmboom

Vóór we op weg gaan kijken we nog even naar De Waag, nu in gebruik als kantoor, gebouwd tegen het oudste nog in gebruik zijnde gebouw, de Grote of St. Janskerk, een driebeukige kerk waarin bij de restauratie in 1946-1947, onder meer het graf van de stadsheilige St. Liduina (1380-1433) werd gevonden.

Het meisje Liduina werd op palmzondag, 18 maart 1380 in Schiedam geboren. Toen zij ouder werd, trok haar opbloeiende schoonheid vele mannen aan die met haar wilden trouwen. Zij was een zeer gelovig meisje en had geen interesse. Zij bad zelfs tot God of zij niet een verschrikkelijke verminking kon krijgen om van die aandacht verlost te zijn.

Zilveren beeldje van Liduina naar ontwerp van Charles Vos en gemaakt door zilversmid P.M. Kersten

(foto: St. Liduina Archief)

Die bede is verhoord, kan men wel stellen, want tijdens een schaatsritje is zij ten val gekomen en brak zij een rib. Een kwetsuur die de opmaat was tot een dusdanig lang ziekbed dat iedereen er van onder de indruk was. Zij leed aan tal van ziekten, maar vooral de abcessen en wonden van waaruit de wormen gekropen kwamen, maakten de diepste indruk. Liduina kon nauwelijks leven. Zij leefde van de hosties die zij kreeg en van wat water, vermengd met wijn.
Nog tijdens haar leven, verrichte zij wonderen die haar al voor haar dood tot heilige maakten. Beschut door de nimmer wijkende beschermengel, bleef Liduina 38 jaar in leven. Toen stierf zij in de leeftijd van 53 jaar.
Sinds dat Liduina op haar ziekbed lag tot aan de dag van vandaag is zij onlosmakelijk verbonden aan de geschiedenis van Schiedam. Talloze Schiedamse en andere meisjes zijn naar haar vernoemd, maar ook ziekenhuizen, verpleegcentra en scholen. En onlangs vroeg zelfs een Canadese schaatsploeg een afbeelding van 'hun' Heilige. Liduina leeft dus nog steeds voort.

Dan gaan we linksaf, passeren de Ooievaarsbrug over de Schie en gaan, net over de brug, rechts, het trappetje af. We lopen dan langs de Schie op de weg erlangs die ook Schie heet.  We passeren enkele mouterijen of branderijen, herkenbaar aan de voorgevel: één raam, dan een hoge deur en daarnaast twee ramen. Het historische Schiedam staat er vol mee! Aan het eind van de weg zien we een nieuwe, slanke molen de Kameel. Nu die in 2011 geheel gereed is gekomen, heeft Schiedam zes ‘torenhoge’ molens, in een halve kring om de oude, oorspronkelijke stad.

Wij volgen de weg naar links en passeren de Doele, staande aan het Doeleplein, een eeuwenoud gebouw met een rijke historie en oorspronkelijk het onderkomen van de Schiedamse Schutterij. Die hier oefende, aanvankelijk met speren, pieken en hellebaarden en later met pijl en boog en weer later met achter- en voorladers. Het pand was vlak na de Tweede Wereldoorlog het domein van ‘de ongeorganiseerde jeugd’ die het inpandig vrijwel geheel sloopten. Na jaren leegstand werd het gekocht door de heer de Graaff, een fotograaf, die het pand keurig opknapte.

Rechts, in de Schie de voormalige opstapplaats voor de fluisterboot  waarmee een tochtje door de Schiedamse grachten kan worden gemaakt en nu aanlegsteiger voor dagjesmensen-met-boot.

We lopen links aanhoudend, weer langs een distilleerderij, nu van Dirkzwager en komen bij de voormalige Drilschuur. Een eveneens oud pand dat aanvankelijk diende als excercitie-gelegenheid voor de Schutterij, de Nationale Militie en andere (semi) militaire groepen. Deze buurt is bekend als ‘De Brandersbuurt’ omdat hier vrijwel alles te maken had met de fabricage van moutwijn, (destijds) de grondstof  voor het distilleren van jenever. Er stonden ook vele kleine woningen, ‘keukens’ genaamd, waarin het werkvolk van de branderijen, de brandersknechts, woonde. De straten hebben hier illustere namen zoals Achter de Teerstoof (een teerstoof werd gebruikt voor het teren van vissersnetten en ander touwwerk waardoor het beter tegen (zout) water kon, Schiedam was ook eeuwenlang vissersstad!), de Kinderbuurt (spreekt voor zich), de Sint Anna Zusterstraat, het Groenweegje, Verbrande Erven, etc.

We zien nu al museummolen De Nieuwe Palmboom en die gaan we bezichtigen (niet gratis).

Museummolen De Nieuwe Palmboom staat op de Noordvest nabij het St. Annazusterhuis. Daarnaast is de opstapplaats van de fluisterboot. De oudste vermelding van de molen is uit 1446. Hij is in 1707 herbouwd. In 1803 wederom herbouwd, tevens ver­plaatst 'een weinig ten noorden van de thans op de gemelde vest staande noordmolen'. Is sedert 1945 eigendom van de stad en in 1962 en 19/72 geres­taureerd. Oorspronkelijk een houten standerdmolen, sedert 1707 een stenen stellingmolen. Functie: oorspronkelijk bakkersmolen, sedert 1707 moutmolen. Hoogtepunt in de geschiedenis van de Schiedamse molens is de herbouw van deze molen die in 1993 gereed kwam. In de molen is een museum ingericht. De molen biedt veel informatie over de molengeschiedenis en een steeds wisselende tentoonstelling. De molenaar laat zien hoe de molen draait en maalt In De Nieuwe Palmboom kunt u meer te weten komen over de molenhistorie van Schiedam. Het museumgedeelte toont u hoe het gaat “van korrel tot borrel” en de maquette anno 1847 vertelt over de bloeitijd van molens en jenever. De molen maalt overigens nog steeds meel voor de bakkers en moutmeel voor de originele moutjenever.

De oorspronkelijke molen De Palmboom, een brandersmolen, werd door een brand in 1901 op een stomp na geheel verwoest. Negentig jaar na de brand kwam de herbouw van deze molen op gang. Dit unieke project kreeg steun van vele Schiedammers.

Na de bezichtiging wandelen we naar het Jenevermuseum

Dat doen we via de Noordvest, lopend langs een oude mouterij-met eest (eest = zolder met vaste of losse vloerregels-met gaten; waaronder een vuur wordt gestookt, voor het drogen van gekiemde gerst, de grondstof voor moutwijn dat weer de basis is voor jenever) langs de Vest een spoelingboot-op-de-wal (spoeling was, net als gist, een bijprodukt van de jeneverfabricage. Met die spoeling zijn jarenlang de koeien en varkens gevoederd in en rondom Schiedam tot ver in het Westland toe). We wandelen langs molen De Noord, vroeger de hoogste molen van Schiedam (nu is dat de eerder genoemde Molen Nolet) waarin nu een restaurant is gevestigd. Dan via allerlei oude straatjes naar de plek waar het allemaal is begonnen, naar de Dam in de Schie, het oudste deel van Schiedam. Maar eerst passeren we nog het Zakkendragershuisje, het verzamelpunt van de zakkendragers, verenigd in een gilde.

Al in de vroege tijden van Schiedam, na het leggen van een dam in de Schie, zijn er dragers geweest zijn die de goederen over de dam droegen van het ene schip naar de andere. Deze dragers hadden zich georganiseerd in het St. Anthonisgilde, het oudste gilde van Schiedam.

De juiste datum is niet bekend, maar gezien de situatie in andere havensteden moet die toch dicht bij de periode liggen, dat Schiedam stadsrechten kreeg. In de vijftiende eeuw wordt het dragersgilde als oudste en belangrijkste gilde genoemd. In 1486 komt het verbod, dat niemand tegen betaling goederen mag dragen, tenzij hij poorter is en lid van het dragersgilde. In 1577 vaardigde de stad een ordonnantie uit, die het dragersloon regelde. Het te ontvangen bedrag was afhankelijk van de vracht en de af te leggen afstand. Als goederen werden genoemd haring, koren, gerst, mout, bieren, hout, zout, turf, kolen, hennep, huiden, teer en andere.

Toen in de 17e eeuw de stand veranderde van een vissersplaats in een industriestad door de groei van de fabricage van moutwijn en jenever, bleven de dragers nodig, omdat de schepen bleven komen. Alleen de grondstoffen veranderden en daarmee de vracht van de dragers. Als een schip binnenliep dat gelost moest worden, luidde de gildenmeester de klok van het Zakkendragershuisje en keerde een zandloper om. Wie in de buurt was had (misschien) geluk. Want wie als lid van het Zakkendragersgilde binnen de tijd van de zandloper, zeven minuten precies, het Zakkendragershuisje wist te bereiken kon meedingen naar een begeerd iets: werk en dus brood op de plank. Dat meedingen ging door dobbelstenen te gooien in een trechter met een bak eronder. Smakken heette dat. En wie van de toegesnelde dragers de hoogste ogen gooiden konden aan het werk. In het Zakkendragershuisje lagen de gereedschappen al klaar: ladders, zakken, maatbekers en touwen. De dragerswerkzaamheden hebben de leden van de vereniging Anthonisgilde tot aan de jaren 1940 verricht. In 1943 werd een deel van de gereedschappen, dat wil zeggen de zakken, ladders, touwen, wagens, enz. verkocht; de gildenschilden, de smakbak alsmede het originele Gildenvaandel staan tentoongesteld in het Schiedams Stedelijk Museum en het het Nationaal Gedistilleerd museum.

Van het Zakkendragershuisje lopen we de dijk op die Dam heet en steken die over. Vóór het water van de Korte Haven gaan we rechtsaf, over de kinderhoofdjes richting de Westvest. Aan de overkant van de Korte Haven zien we een paar bijzondere gebouwen: geheel links weer de voormalige Drukkerij Roelants (waar in WOII het Parool werd gedrukt). Even verderop staat ‘Pand Paulus’, de zaal waar François Haverschmidt vele jaren preekte en weer even verder de 17e eeuwse Stadstimmerwerf die nu verbouwd is tot appartementengebouw. Boven de ingang treffen we nog het voormalige stadswapen van Schiedam aan van voor de huidige klimmende leeuw: drie zandlopers. Aan het eind van de Korte Haven gekomen kijken we even naar rechts en zien daar molen De Vrijheid. Dan gaan we linksaf, de Westvest op en zien we weer een molen, de Walvis. Daartegenover staat de eerder genoemde kerk van de Nederlandse Protestantenbond (NPB), zoals gezegd een ontwerp van prof. H.J. Evers (1855-1929).

We zien tegenover de kerk molen De Walvis, gebouwd in 1794 in op­dracht van enige branders. In 1938 door brand beschadigd, maar hersteld. Is in 1972 gerestau­reerd. Op 14 februari 1996 opnieuw brand in de molen waardoor het gehele binnenwerk wordt verwoest. Het duurt een aantal jaren maar nu is de molen weer in oude glorie hersteld. Type: stenen stellingmolen en functie: moutmolen. Dan gaan we lanks de kerk enigszins naar beneden lopend, de Walvisstraat in en aan het eind rechtsaf, over de Vismarkt waar vroeger de vis werd ‘afgeslagen’ en aan de wallekant de grote houten stadskraan stond (in Vlaardingen is deze aan de Westhavenkade nagebouwd).

Dan gaan we linksaf de historische Appelmarktbrug over, dan rechtsaf langs de haven waarna we na nog geen honderd meter voor de deur van het Jenevermuseum staan, de voormalige distilleerderij van Melchers.

Die gaan we (eventueel onder leiding van een gids) bekijken en horen en zien dan de geschiedenis van de jeneverfabricage en alles wat daaromheen hoort.  Als de meesterknecht aanwezig is kunt u er zelfs zelf jenever stoken! Het bezoek aan het museum is tevens het einde van onze wandeling.

Vanuit het museum gaat u linksaf en loopt u weer naar de Koemarktbrug, u ziet café Het Sterretje en bent u weer op de Buitenhavenweg waar de auto staat. U hebt nu zo'n twee à tweeënhalf uur genoten van de historische binnenstad Schiedam! (exclusief een tocht met de fluisterboot van ruim driekwartier en exclusief een bezoek aan het Jenevermuseum. Mocht u dat wel willen doen en heeft u dan nóg tijd over, bezoekt dan ook het bekende Stedelijk Museum Schiedam waar mooie tentoonstellingen zijn te bezichtigen en daarmee bezoekers vanuit heel Europa trekt. Schiedam is een dagverblijf waard!

Leave a Reply