Feed on
Posts
Comments

Schiedam

Schiedam, de stad die in 1275 stadsrechten kreeg van Vrouwe Aleida. Een standbeeld van haar staat op de Broersvest, naast de ruïne van haar kasteel, een van de oudste resten in Nederland van een dergelijk onderkomen. En wat er staat betreft alleen nog maar de donjon. De verdere resten van het kasteel zijn nu verborgen onder het Stadserf en omgeving.

Schiedam is vooral bekend geworden door de moutwijn- en jeneverindustrie. Niet zo gek want in het laatste kwart van de 19e eeuw telde de stad bijna vierhonderd branderijen. Daarna ging het aantal al weer snel achteruit. Maar al die kleine bedrijfjes, van vaak maar twee of drie man, gebruikten als brandstof steenkool dat voornamelijk werd geïmporteerd uit Engeland. Die steenkool had (en heeft!) het grote nadeel dat bij verbranding zwarte rook met veel CO2 en veel roet wordt uitgestoten, maar daarvan wist men toen nog niet veel. Die vele kolen voor de vele branderijen zijn de reden dat de in brandersbuurten en ook wel daarbuiten, na verloop van tijd zwart roet op de huizen en straten neersloeg. Dat leverde de stad de bijnaam 'Zwart Schiedam' op. Die branderijen leverden mout- en graanbrandewijn op als het basisprodukt voor de jenever. Dàt produkt, jenever, was de grote boosdoener: veel mensen die teveel daarvan dronken… Het gevolg was dat er grote groepen tegenstanders ontstonden die ageerden tegen het (soms exorbitante) alcoholgebruik door sommigen/velen. Die tegenstanders gebruikten de slogan 'Sluit Schiedam!' om het stoken van alcohol te voorkomen. Dan was er nog de bijbelse uitspraak 'kan er uit Nazareth iets goeds komen?' (1 Joh.46) en díé uitspraak werd met de slogan van de anti-alcoholisten al snel: 'kan er uit Schiedam iets goeds komen?'  Dat weer in combinatie met 'Zwart Schiedam' werd 'Zwart Nazareth'. Althans dat is mijn uitleg…

Maar vóór die jeneverperiode was Schiedam een veel langere tijd vissersstad. Vele tonnen vis werden er vanaf de 14e en vooral van de 17e tot ver in de 18e eeuw in de Noordzee gevangen. Maar die visvangst liep, o.a. vanwege de Engelse oorlogen die voornamelijk op zee werden uitgevochten, snel achteruit en de vissers gingen eind 17e eeuw, over tot de jeneverindustrie omdat dit (veel) meer geld in het laatje bracht.

Eind 19e en vooral begin 20e eeuw waren slechte tijden voor de Schiedammers. Weinig werk – de (eenzijdige) belangrijkste werkgelegenheid, de branders- en jeneverindustrie ging achteruit – dus veel armoede. Dat ging ook nog gepaard met pestepidemieën die vooral jonge kinderen het leven kostte. Dan, van 1914-1918 de Eerste Wereldoorlog, waarin Nederland wel neutraal was, maar toch de ellende van een oorlog ondervond. Vele duizenden Belgen die hun heil in ons land zochten en opgevangen moesten worden. Ook in Schiedam werden  honderden vluchtelingen geherbergd. Die periode werd gevolgd door de crisis van de jaren dertig, met daarna opnieuw een verschrikkelijke tijd, de Tweede Wereldoorlog. De verschrikkingen daarvan zijn veel ouderen nog in het geheugen gegrift. De bombardementen, het verzet, de voedselschaarste – vooral in het laatste oorlogsjaar – de kou en honger. Bovendien het oppakken van de jonge mannen van 18 tot 40 jaar om in Duitsland te gaan werken. En het ergste van alles, de Jodenhaat en hun steeds verder door de Duitse bezetter verordonneerde rechteloosheid met tenslotte de dood – en dat alleen omdat het Joden waren. Ook in Schiedam werden ze opgepakt en velen kwamen niet meer terug… Vermoord in de concentratie- en vernietigingskampen. Het is nog steeds onbegrijpelijk dat dit gebeurde onder de ogen van de Nederlanders, ook in Schiedam, zonder verzet… Het is toch merkwaardig en beschamend dat in Schiedam nergens een monument is te vinden dat er op wijst dat hier eens Joden woonden die een eigen synagoge hadden – in de straat genoemd Achter de Teerstoof – die een eigen begraafplaats hadden met nota bene eeuwigdurend grafrecht en dat de stad diverse bekende Joodse ondernemers telden. De synagoge werd gesloopt en de begraafplaats opgeofferd voor de bouw van het het Stadserf… Gelukkig is daar sedert enige tijd een verandering ingekomen door het plaatsten van zogeheten Stolpersteine, een project van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig (1947, Berlijn). Hij brengt gedenktekens aan op het trottoir voor de huizen van mensen die door de nazi's verdreven, gedeporteerd, vermoord of tot zelfmoord gedreven zijn. De kunstenaar noemt ze Stolpersteine omdat je erover struikelt met je hoofd en je hart, en je moet buigen om de tekst te kunnen lezen.

Schiedam is in de jaren na de Tweede Wereldoorlog grondig van aanzien veranderd. De oude brandersbuurt is, tot verdriet van sommigen, vrijwel geheel afgebroken en van nieuwe woningen voorzien. Datzelfde geldt voor de oude binnenstad, voorzien van vrijwel alleen sociale woningbouw. De eenzijdige grote scheepsbouwindustrie, Gusto, Nieuwe Waterweg,Wilton-Fijenoord, is geheel verdwenen en vervangen door tientallen kleinere bedrijven met enkele 'reuzen' als Mammoet, Damen, Huisman, etc.

In het noorden van de stad zijn grote woonwijken gekomen met steeds meer woningen in eigen bezit. De 'top' daarvan is de wijk Sveaparken, naar Zweeds model. Ook de oude(re) wijken werden en worden aangepakt. Belangrijk is dat Schiedam een authentieke binnenstad heeft die langzamerhand steeds meer toeristen trekt.

 

 

 

(under construction)

Leave a Reply