Feed on
Posts
Comments

Geschiedenis van Schiedam

Geschiedenis van een oude stad

Schiedam werd ‘geboren’ toen edelman Dirk Bokel omstreeks 1240 een dam in het riviertje de Scye liet aanleggen. Hij was eigenaar van de ontstane polder Riviere en beschermde met de dam zijn vis- en jachtgebied tegen de zee. Zijn dam bleek nòg een voordeel op te leveren omdat de schippers die verder landinwaarts wilden varen dat niet konden. Hun schepen moesten òf de dam overgetrokken worden (overtoom) of  hun lading bij de dam (laten)  overladen naar schepen die aan de landzijde van de dam lagen. In beide gevallen leverde dat werk op voor allerlei mensen die hun diensten aanboden om een schip over de dam te trekken of om de vracht uit het schip vóór de dam te sjouwen naar het schip aan de andere kant van de dam.

De huidige Dam waar het allemaal begon…

Zo ontstond er een aanvankelijk klein handeltje dat al snel groeide naarmate er meer schepen afgehandeld moesten worden. Het is best mogelijk dat hier het begin ligt van het oudste gilde van het latere Scyedam, het St. Anthonis of Zakkendragersgilde. In ieder geval werd het gebied rondom het riviertje de toegang tot het achterland, het gebied van de graaf van Holland.

Scyedam
Stadsrechten kreeg Schiedam in 1275 van de bezitster van het gebied waarin de nieuwe nederzetting lag, Vrouwe Aleida. Omstreeks 1260 had zij de polder van Dirk Bokel gekocht waarin zij haar kasteel Huis te Riviere liet bouwen, compleet met een gracht er omheen. Het is dan omstreeks 1263. Aan de Broersvest is hiervan nog een klein stukje te zien, de ruïne van de voormalige donjon. Vrouwe Aleida ontdekte dat de dam in de Scye voor haar een bron van inkomsten werd en ze deed er alles aan om de kleine nederzetting belangrijk te maken met handel en nijverheid. Er kwamen steeds meer mensen die zagen dat daar een stuk brood was te verdienen op allerlei gebied.

Vrouwe Aleida afgebeeld op haar zegel

De nederzetting groeide daardoor sterk op 18 maart 1275 verleende zij er stadsrechten aan en hiermee was Scyedam een feit. Het nieuwe stadje was toen vooral havenstad.

Vissersstad

Langzamerhand werd het jonge stadje ook visserstad. Evenals in het naburige Vlaardingen gingen steeds meer mannen op visvangst. Daardoor ontstonden weer nieuwe bedrijvigheden zoals het bouwen van visserschepen op kleine scheepswerven, het maken van visnetten, het draaien van touw aan de touwbanen, het maken van zeilen  en het weerbaar maken van die netten, het touw en de zeilen in grote teertonnen waaronder een vuurtje gestookt werd, het huidige straatje Achter de Teerstoof herinnert er nog tot de dag van vandaag aan, het kopen en opslaan van zout in grote keten waarin de haring werd verpakt om snel bederf tegen te gaan (de Keetsteeg!) en het maken van de haringtonnen, rieten manden, leren emmertjes, enz. Kortom, Schiedam was groeiende en bloeiende. Al die aktiviteiten zijn nog te zien om een unieke afbeelding, de kaart van DeGheyn uit 1592!

De kaart van DeGheyn

Schiedam was een belangrijke stad geworden. De Groote Visscherye (de haringvangst) was de belangrijkste bron van inkomsten geworden. Dat duurde tot ongeveer het einde van de 17e eeuw. De haringvisserij verliep, mede als gevolg van de Engelse oorlogen waardoor het niet mogelijke was de hele vissersvloot naar zee te laten uitvaren. De opbrengst werd dus steeds lager en de reders gingen op zoek naar een lucratiever bezigheid. Die vonden ze in de bereiding van moutwijn als grondstof voor jenever…

Jenever
Zo begon in de zeventiende eeuw de geschiedenis van het product dat Schiedam over de hele wereld bekend maakte: de jenever. De belangrijke grondstof zoals graan en de voor de mouterijen en distilleerderijen benodigde steenkolen, werden per schip aangevoerd. Het graan uit de landen rondom de Oostzee en de steenkool vooral uit Engeland en dat zorgde voor nóg meer bedrijvigheid in de havens van de stad.  Schiedam bloeide langzamerhand weer op na de slechte tijden van de visvangst. Een periode die toch altijd nog zo’n 350 jaar duurde! Om het graan voor de mouterijen te malen werden door groepjes  Schiedammers die voldoende geld hadden, hoge molens gebouwd. In de hoogtijdagen van de moutwijn- en jeneverproductie stonden er in Schiedam meer dan twintig molens en meer dan 400 branderijen.

Enkele branderijen

Ook kwamen er glasfabrieken die de flessen en demijohns (grote, bolle, bemande flessen met een inhoud van 19 tot 57 liter). Ook deze industrie gaf vele Schiedammers werk. Zóveel dat er, we zouden nu zeggen Nieuwe Nederlanders,  kwamen die een belangrijk aandeel hadden in de moutwijn- en jeneverproductie en bij de aanverwante produkten zoals de gist (een restproduct van de moutwijnfabrikage) en vooral ook in de glasproductie verwierven: veel families afkomstig uit Duitse vorstendommetjes en ‘Ländern’. Bekende namen van families met een Duitse oorsprong  zijn Pelgrim, Liebeek, Slieker, Janssen, etc.

Terugval en herstel

In het laatste kwart van de 19e eeuw kwam er een omslag. Voor de tweede maal wreekte zich het feit dat de Schiedamse handel eigenlijk maar uit één bedrijfstak bestond, de eerste maal met de haringvangst en nu de moutwijn-, jenever en aanverwante producten. De branders kregen steeds grotere problemen zoals met de aankoop van graan dat, door een crisis in de landbouw, duurder en dus schaarser werd en vooral ook omdat de meeste branderijen niet op moderne productiemethoden overschakelden. De moutwijnproductie was vrijwel geheel ‘handwerk’. Machines waren zeldzaam en maar enkele branders gingen tot de aanschaf over van bijvoorbeeld een waterpomp (tenslotte bestaat jenever voor 65% uit dat vocht!) en ‘dus’ was er één medewerker die de hele dag de handpomp in beweging hield door zoveel stappen naar links en terug naar rechts te lopen… Een nog grotere klap kwam door het feit dat in plaats van graan de veel goedkopere spiritus de basisgrondstof voor jenever werd. Vele branders gooiden het bijltje er bij neer of gingen failliet. De vele brandersknechts werden ontslagen en zij raakten met hun familie met raditioneel veel kinderen in grote armoede. De bevolking verpauperde. Het leven in Zwart Nazareth zoals de stad vaak werd genoemd vanwege het roet dat uit de schoorstenen van de honderden branderijen kwam, werd heel zwaar.

Gelukkig keerde het tijd omstreeks het begin van de 20e eeuw en opnieuw werd het water een bron van inkomsten. Het begron met de komst van de Werf Gusto. In 1905 opende die de deuren ondanks de aanvankelijke bezwaren van de gemeenteraad die de grondprijs waarvoor de eigenaar, heren Smulders de benodigde ruimte aan de Merwe en Voorhaven verwierven, veel te laag vond. Gelukkig was er één man in de Raad die met vooruitziende blik die lage prijs verdedigde omdat ‘het nieuwe bedrijf de werkloosheid drastisch zou doen verminderen’. Die man was de sociaal-liberaal M.C.M. de Groot. Hij kreeg gelijk en omdat er meer bedrijven kwamen zoals in 1927 de werven Wilton-Fijenoord aan de Nieuwe Maas en de Nieuwe Waterweg aan de Nieuwe Maas en Wilhelminahaven, ging Schiedam, mede door een groot aantal toeleveringsbedrijven zoals onder meer de Klinknagelfabriek aan de Noordvestsingel en de Anker & Kettingfabriek aan de Buitenhavenweg, opnieuw een bloeiperiode tegemoet, jammer genoeg voor slechts enkele jaren. De economische wereldrecessie van rond de jaren dertig van de 20e eeuw én de Tweede Wereldoorlog van 1939 tot 1945 deed die verwachting na een korte bloeiperiode in het beging van de 20e eeuw, weer teniet.

Het herstel begon pas goed na de Tweede Wereldoorlog. De scheepsreparatie- en nieuwbouwwerven hadden steeds vollere orderportefeuilles en Schiedam kreeg haar deel kreeg in de welvaart in het naoorlogse Nederland. Vele schepen liepen van de helling of voeren uit de bouwdokken. Het leven was veel dragelijker dan ooit te voren.  Jammer genoeg ging de rond 1970 bergafwaarts: de landen met lage lonen kregen steeds meer grote opdrachten en Schiedam kwam opnieuw in een moeilijke periode toen de door de regering gewenste Rijn-Schelde-Verolmecombinatie van grote scheepswerven het niet kon bolwerken en omviel ondanks de miljoenen guldens die er met belastinggeld ingepompt waren. Opnieuwe ontslagen en opnieuwe arbeiders die moetsen leven van een werkloosheidsuitkering.

Gelukkig heeft de stad geleerd van het verleden. De grote terreinen van de scheepswerven werden opnieuw ingericht en veranderden in industriegebieden die laten zien dat de werkgelegenheid nu over veel meer diverse bedrijven is uitgesmeerd. Schiedam is nog steeds wereldwijd bekend om de jenever, likeuren en andere alcoholische dranken, daar zorgen de grote overgebleven producenten als Nolet, Koninklijke De Kuyper, Herman Jansen BV (UTO) en Dirkzwager voor. Maar er zijn nu ook ‘grote jongens’ als transportbedrijf Mammoet (die de gezonden Russische kernonderzeeër weer boven water bracht), scheepswerf Damen (die de plaats van Wilton-Fijenoord als reparatiewerf heeft ingenomen, de BAM Civielstaalbouw CV, Huisman Zware Lifting Equipment, Gusto Engineering BV en BSN Glasspack BV (de voormalige Vereenigde Glasfabrieken NV)de andere bedrijven.

Dit is in een notedop een geschiedenis van Schiedam. Voor meer informatie kunt u ook terecht op www.scyedam.nl , de website van de Historische Vereniging Schiedam. Meer informatie over de markante (historische) gebouwen en het toeristische aanbod van Schiedam vindt u daar ook.

Leave a Reply